About my blog


Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

The world according to Fokkema

Column Rector Magnificus

The final hour (op de valreep)

Thursday 7 January 23.59, the final hour. Many of you may not know that the Dutch word ‘valreep’, as used in the title of this blog, literally refers to the gangplank that bridges the gap between the shore and the ship. Before it was a plank it was little more than a rope with knots which you had to scale to reach either side. I will soon be crossing this bridge and only a few hours remain before I must bid farewell to this wonderful place.

I have enjoyed eight fantastic years here at TU Delft and watched as the university carved out an increasingly pivotal role in society and fulfilled its responsibilities. These achievements can certainly not be overlooked and I shall be listing a number of examples of outstanding administrative and academic performance during my Foundation Day Lecture. As my readers are well aware, technology and society have been recurring themes in my weblogs. Thinking ahead, Countermovement and Happy-clappy university, all titles of previous weblogs that refer to our dynamic but sometimes difficult relationship with society. And this brings me to the part where I must take my leave and board the ship.

Should you linger on the plank for one final firm handshake or a fleeting kiss? Or do you step aboard in the hope that the plank slowly slides away before you have time to say farewell to your greatest love? This is what we really ought to be striving for together. To fall in love, hold on dearly to what we love and dare to dream. A purpose-built bridge between technology and society, made of self-disassembling material. Ah, that’ll be the engineer in me talking.

Is the twilight hour bringing out the romantic in me? Perhaps. Misty-eyed at saying farewell? No doubt. But you know only too well what I am trying to say and we all know how fragile these moments are. If I have been able to stir the fire of Prometheus to forge a bridge from robust but righteous material, may it now be allowed to melt away in the morning sun.

My loyal readers, thank you. Goodnight and farewell.

Prof. Jacob Fokkema
Rector Magnificus

Op de valreep

Donderdag 7 januari 23:59, op de valreep. Veel mensen zullen niet weten dat de valreep oorspronkelijk de loopplank was. De verbinding tussen de wal en het schip. Nog veel eerder was het slechts een touw met knopen waarmee je het dek op en af kon. Ik ga er straks af. Nog een paar uur en dan ga ik deze fantastische plek verlaten.

Ik heb acht jaar genoten van een universiteit die steeds meer midden in de samenleving is komen te staan en haar verantwoordelijkheid neemt. Straks in mijn Diesrede zal ik daar zeker enkele mooie voorbeelden van noemen, in bestuurlijke en wetenschappelijke zin. Techniek en samenleving vormden ook de rode draad in mijn weblogs. Breed wegdenken, Tegenbewegen, Knuffeluniversiteit, titels van mijn weblog die verwijzen naar de spannende en soms ook moeizame relatie met die samenleving. En dan kom ik juist op de loopplank, die valreep.

Blijf je op de loopplank staan voor een laatste ferme handdruk, een vluchtige kus? Of ga je echt aan boord en hoop je dat de valreep achter je langzaam van de kade schuift? Onverwacht geen afscheid van je grote liefde? Juist dat is wat we met elkaar moeten willen bereiken. Verliefd worden, vasthouden en wegdromen. Een loopplank tussen techniek en samenleving voor eenmalig gebruik, zelfverdwijnend materiaal, zegt de ingenieur in mij.

Romantiek van dit nachtelijke uur? Wellicht. Melancholie van het afscheid? Zal best. Maar u weet maar al te goed waar ik het over heb en we weten allemaal hoe broos dat is. Als ik het vuur van Prometheus heb kunnen aanwakkeren om valrepen te smeden van sterk maar bijzonder materiaal, dan mag ook die van mij morgen oplossen.

Dank trouwe lezers voor uw aandacht!

Prof.dr.ir. Jacob Fokkema
Rector Magnificus

A new year

What a wonderful party that was thrown in my honour, to give me the opportunity to bid a fond farewell to the TU Delft community. A party with a real Frisian flavour … and with real snow.

I’m still at a loss for words. What a marvellous community of students and staff we are! People who genuinely care about their work, and who genuinely care about one another. It has been a pleasure and a privilege to play my part in the TU Delft story. Wow! What can I say? TU Delft, thank you!

At this point it would be all too easy to start reminiscing about my time as Rector Magnificus. To indulge in melancholy reflections on the precious moments and the less agreeable times that have come our way during my career. But for now I will refrain. Dear reader, I look forward to saying a final farewell to you in my concluding weblog on 7 January.

December is drawing to a close. It’s the end of the year and we’re racing to meet self-imposed deadlines that perhaps aren’t as urgent as they may seem. My finale as Rector of this university, on the other hand, is a very real and imminent deadline. Fear not, I shan’t sink into a fit of melancholy just yet, nor will I wax lyrical on the wonderful and, at times, slightly less than wonderful moments spent here at TU Delft. I shall save these ruminations for my final weblog on 7 January when I bid my trusty readers a fond farewell.

This December is a special month, not only because it heralds my farewell but also because the university as a whole is standing on the threshold of a new transition. You may recall this is something I discussed in my previous weblogs. Namely, open source technology and the academic hub. During the conference of professors two weeks ago, we took this a step further and discussed the issue of whether the university is able to flexibly and effectively compete in the international arena. Can we honestly say that we are open to the challenges that we face in this regard?

This discussion provided us with new food for thought and opened our minds to new opportunities; one example being to devise ways in which to encourage entrepreneurship among our students. This would provide a solid basis for a university whose ambition is to develop stronger and more intensive ties with the business community. Or should we focus more emphatically on key areas in education and research? Areas which can only be stimulated and nurtured from without by other Dutch and international universities whose different focus in the field of research is highly relevant to TU Delft. Building networks of flexible universities should be at the forefront of our efforts.

Exciting times lie ahead of us and our fellow universities; especially now that the worst of the crisis is behind us – says I, the eternal optimist. I believe there are plenty of reasons to celebrate this New Year with a real bang and would like to take this opportunity to wish you all a very Merry Christmas and a happy and healthy New Year. See you at 23:59 on 7 January. Same place, last blog.

Prof. Jacob Fokkema
Rector Magnificus, TU Delft

Oud en nieuw

Wat een fantastisch feest, dat mij aangeboden werd om afscheid te nemen van de TU-gemeenschap. Een feest met een echt Fries accent én echte sneeuw.

Ik ben er nog stil van. Wat vormen we met elkaar toch een mooie gemeenschap van studenten en medewerkers. Mensen met hart voor elkaar en voor de zaak! Een feest om dat al die jaren te mogen begeleiden. Wauw! Tjonge! TU bedankt!

Nu is het verleidelijk om maar gelijk terug te blikken op mijn tijd als Rector Magnificus. In een opwelling van melancholie de fraaie maar ook minder plezierige momenten laten passeren. Maar dat houd ik nog even voor me. In een laatste weblog op 7 januari neem ik echt afscheid van u waarde lezer.

Deze december is niet alleen vanwege mijn persoonlijke afscheid een speciale, ook de universiteit als geheel staat in de startblokken voor een nieuwe weg. In mijn vorige weblogs heb ik daar al over gesproken. Open source en de academische hub. Tijdens de hoogleraren conferentie van twee weken geleden zijn we verder gegaan en hebben we gediscussieerd over de vraag of de universiteit wel flexibel genoeg is in haar internationale concurrentie. Zijn we bovendien open genoeg georganiseerd?

Deze discussie leverde tal van invalshoeken op voor de een nieuwe universiteit. We kunnen hierbij bijvoorbeeld denken aan punten als studenten extra te motiveren als het gaat om ondernemerschap. Een sterk uitgangspunt voor een universiteit die nog krachtiger en intensiever met het bedrijfsleven wil samenwerken. Of gaan we nog nadrukkelijker kiezen voor focusgebieden in onderwijs en onderzoek? Gebieden die alleen maar vanuit de breedte kunnen worden gevoed door andere nationale en internationale universiteiten, die op hun beurt weer een andere, maar voor ons relevante focus in onderzoek hebben. Netwerken bouwen van flexibele universiteiten.

We gaan een spannende tijd tegemoet met onze en met andere universiteiten. Bovendien is de crisis over haar dieptepunt, zegt een optimist als ik. Als je van de ene top naar de andere top wilt dan moet je minstens één keer door het dal. En na het feest van gisteren kan het niet anders: we zijn weer op weg naar de top. Oud en nieuw 2009/2010 is in meerdere opzichten fraai Bengaals vuurwerk waard. Ik wens u allen nu alvast een vrolijke Kerst en een mooi en gezond 2010 toe. Tot 7 januari 23:59. Zelfde plaats, laatste blog.

Prof.dr.ir. Jacob Fokkema
Rector Magnificus TU Delft

Cosmopolitan

Hubba-hubba Delft!

The developments in open source and social media that I discussed in my previous blog go hand in hand with developments in the international science community. International consortia of researchers and the universities where they work find common ground in transnational research topics. This is nothing new; in fact, this dynamic approach to research is absolutely necessary to help the world move forward. But you need to create an academic platform that members of staff can use as a springboard.

One of the key focus areas of the university’s research policy is that we are concentrating more and more on developing the academic hub. We will, for example, have to base staff assessments more squarely on their job descriptions, roles and academic careers within these international consortia. An assessment should not be based solely on the mission and vision of the individual universities. The focus should be on supporting your staff and students in expanding their international network of peers and establishing a career within this network. These staff members should be involved in or associated with important research groups dealing with global issues, and where possible initiate these kinds of links. We need look no further than our 17 successful VENI candidates (Dutch) to see how this is done!

At the same time, it is important to preserve the university’s international reputation or better yet, to strengthen it in areas of strategic interest. Staff members benefit from a university’s strong reputation. TU Delft has a lot to offer but we must continue to strengthen our profile to keep afloat on the sea of communication ebbing and flowing between universities and other research institutes. You do not become an excellent academic hub overnight after all.

A great deal will need to change, including the university’s organizational structure, its activities, its objectives and the supporting infrastructure. A new university? Most definitely. But nobody knows what it will look like yet. Let us therefore seize this opportunity to think ahead. That way we will be able to determine for ourselves to a large extent the course the new university will take.

Oh, I just can’t help myself: Hubba-hubba Delft!

Prof Jacob Fokkema
Rector Magnificus

Kosmopoliet

Hub, Delft, Hub!

Ontwikkelingen in open source en sociale media waar ik in mijn vorige weblog over sprak, gaan hand in hand met ontwikkelingen in het internationale wetenschapsverkeer. Internationale consortia van onderzoekers en hun universiteiten vinden elkaar in grensoverschrijdende onderzoeksthema’s. Dit is niets nieuws en bovendien is deze dynamisering van onderzoek onvermijdelijk om de wereld een stap verder te helpen. Maar je moet wel voor een academische springplak zorgen waarop je je als medewerker goed kunt afzetten.

Het is juist in het universitaire onderzoeksbeleid dat we steeds meer en steeds vaker veel aandacht besteden aan de academic hub. Je zult bijvoorbeeld medewerkers veel sterker moeten beoordelen naar hun functie, hun rol, hun wetenschappelijke carrière in deze internationale consortia. Een beoordeling gaat niet alleen uit van de missie en visie van de afzonderlijke universiteiten. Het gaat erom je medewerkers en studenten te ondersteunen in het uitbreiden van hun internationale peer group en het hebben van een carriére daarbinnen. Het gaat om medewerkers die voldoende aansluiting hebben en houden met belangrijke onderzoeksgroepen en thema’s in de wereld en waar het kan deze zelf initiëren. Onze nieuwe 17 VENI’s hebben laten zien hoe je dat doet!

Tegelijkertijd is het van belang om de internationale reputatie van Delft te behouden of beter nog, te versterken in de richtingen die strategisch van belang zijn. Een sterke reputatie ondersteunt de medewerkers. De TU is interessant, maar moet ook interessant blijven in het internationale communicatiegeweld tussen universiteiten en andere onderzoeksinstituten. Een uitstekende hub wordt je niet zomaar.

De organisatie van de universiteit en de universitaire arbeid, de doelstellingen en de ondersteuning ervan zullen in de toekomst veranderen. Een nieuwe universiteit? Ja, ongetwijfeld. Maar niemand weet nog hoe deze er precies uit gaat zien. Laten we daarom vooral voorop willen lopen want dan bepalen we zelf voor een deel de koers op weg naar die nieuwe universiteit. Ik kan het gewoon niet laten: Hub, Delft, Hub.

Prof.dr.ir. Jacob Fokkema
Rector Magnificus

Twittering

The academic year is now well underway, and together we are on the road towards new discoveries and fresh insights. As we all know, it is essential that we share our academic horizons in the areas of both teaching and research. The open source approach – which is basically a very sound one – is important here. Recently, I watched a videolecture given by MIT and I was very impressed. Sharing knowledge in this way and making it accessible to everybody aids emancipation and empowerment. Knowledge still represents power – power in the sense of self-determination and the opportunity to set one’s own goals. It is a pivotal task for any university to highlight knowledge and open it up to all. This also has the effect that many of one’s colleagues come forward with suggestions on how teaching and research might be improved. Empowerment and mutual criticism supported by the dynamics of social media. Everybody benefits.

But is the sky the limit? Is open source the great panacea? Problems arise with regard to matters of academic authenticity, for example. Are we still able to work out what the most valid information is? On Tuesday 8 September 2009, the ‘De Volkskrant’ newspaper carried a front-page article on ‘Google, the library of the future’. It dealt primarily with the protection of copyright, but it also looked more peripherally at the value and protection of academic knowledge. There was an item in a recent edition of ‘Nature’ about the fact that congress presentations by researchers, intended mainly to demonstrate the first tentative results of research to colleagues, are finding their way in real time to all kinds of internet discussion forums via Twitter. Concepts are twittered into facts on such forums very quickly. As mentioned by the author of the article in ‘Nature’, a ban would be undesirable, but perhaps we should agree on certain rules of conduct. Every academic bears his or her share of responsibility when it comes to placing and disseminating scientific results in the public domain, such as on Twitter.

At the same time, we have to make sure that we don’t take things too far in the other direction, to the extent that rules undermine the power of open source. Just as when mobile telephones were becoming more and more popular and people started to wonder about how to deal with the cacophony of chatter all around us, a TU Delft PhD candidate wrote, “[…] and we will then designate a separate space and call that a telephone area.” In fact, we have done the reverse: there are now separate ‘quiet’ areas in trains, for example. And we now know that it is generally unacceptable to conduct a loud conversation in the middle of a restaurant or when on a train. Is this how open source will develop too? What can you do, and what not? You surely don’t put everything on Twitter that your colleagues tell you?

The open source market will regulate itself around the Googles and other providers of social media. Universities will have to get very closely involved in order to relay what we believe to be desirable from an academic point of view. At the heart of these discussions are university libraries. What does open source mean to you as a student or employee?

Prof. Jacob Fokkema
Rector Magnificus

 

Vertwitterd

Het academisch jaar is inmiddels in volle gang. We zijn met elkaar op weg naar nieuwe ontdekkingen en inzichten. Zoals we allemaal weten is het van belang om deze wetenschappelijke horizonten met elkaar te delen in onderwijs en onderzoek. Open source is dan een belangrijk gegeven. In de basis is de open source benadering een hele mooie. Ik bekeek recent een Videocollege van MIT en ik was onder de indruk. Op deze manier kennisdelen en voor iedereen toegankelijk te maken draagt bij aan emancipatie en empowerment. Kennis betekent nog steeds macht. Macht in de zin van zelfbeschikking en de mogelijkheid om zelf doelen te stellen. Het is dan ook een belangrijke taak van een universiteit om kennis te etaleren en inzichtelijk te maken voor iedereen. Bijkomend effect is dat je van veel meer collega’s suggesties krijgt voor verbetering van je onderwijs en onderzoek. Empowerment en onderlinge kritiek verder ondersteund door de dynamiek van sociale media. Tel uit je winst.

Maar is the sky the limit? Open source als panacae? Problemen doen zich voor als het bijvoorbeeld gaat om wetenschappelijke authenticiteit. Kunnen we nog van elkaar scheiden wat de meest valide informatie is? Zo stond op de voorpagina van de Volkskrant van dinsdag 8 september jl. een artikel over de ‘Google bieb van de toekomst’. Het artikel gaat vooral over het beschermen van auteursrechten, maar in de marge gaat het ook over de waarde van academische kennis en het beschermen ervan. Onlangs stond in Nature een artikel over het gegeven dat congrespresentaties, vooral bedoeld om de eerste voorzichtige resultaten van onderzoek te laten zien aan collega’s, via Twitter in real time hun weg vinden naar allerlei discussiefora op internet. Al gauw is een concept op dergelijke fora vertwitterd tot een feit. Zoals de auteur van het artikel in Nature al aangeeft is verbieden onwenselijk, maar misschien moeten we wel gedragsregels met elkaar afspreken. Elke wetenschapper heeft een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om het plaatsen en verspreiden van wetenschappelijke resultaten in de publieke ruimte van onder meer Twitter.

Tegelijkertijd moeten we uitkijken dat we niet doorslaan en dat regels de kracht van open source ondermijnen. Net toen mobiele telefonie een steeds breder gebruikte techniek werd en mensen zich gingen afvragen wat te doen met de kakofonie van gesprekken, schreef een Delftse promovendus: […] en dan maken we een aparte ruimte en dat noemen we telefooncel. In de mobiele telefonie hebben we het omgedraaid en hebben we aparte stilteruimtes gemaakt in onder meer de trein. En we weten inmiddels wel dat we een grens overgaan als we midden in een restaurant of trein een luid een privégesprek voeren. Zal open source ook in een dergelijke richting ontwikkelen? Wat doe je wel en niet? Je twittert van collega’s zomaar niet alles klakkeloos door?

De open source markt zal zich reguleren rond de Googles en andere aanbieders van sociale media. Universiteiten moeten zich daar stevig mee bemoeien om aan te geven wat we vanuit wetenschap sociaal wenselijk vinden. De universitaire bibliotheken zitten midden in deze discussies. Wat betekent open source voor u als student of medewerker?

Prof. dr.ir. Jacob Fokkema
Rector Magnificus

Chin up!

Although the summer holidays are about to start, I would like to get something off my chest. Over the past few months I have noticed that the Netherlands appears to be turning into a country that, well at least in my opinion, has become scared and calculating. Just look at our timid approach to the Dalai Lama’s visit for China’s sake, our difficulties in acknowledging the banks’ role in the credit crisis, the cabinet’s continuous postponement of decision making, and the way numerous politicians seem to avoid Geert Wilders or only make mealy mouthed criticism towards him, because they are scared of losing support. As previously discussed in one of my weblogs, I think that universities too should play a far more significant role in these issues. So, the universities are in no way exempted from my criticism.

Universities do, however, generate one thing that reminds me of the pioneering spirit of the VOC (Dutch East India Company) that our Prime Minister so keenly talks about – namely the young entrepreneur. Every time I get to meet such a person, I am always pleasantly surprised by their abundance of life force and optimism towards the future. Armed with a brilliant technical invention, maybe even in the form of a patent, these youngsters are drawn to the bright promise of the industry. Not only motivated by money, but rather by their love for sustainable innovation and the desire to be pioneers in their field. Here lies the true strength of design and engineering, in these people and the products they create.

Our country should be investing a great deal in these people, not only to get our economy back on track, but also to send support to the front line – giving our pioneering spirit a good boost. Nowadays, the business acumen of the Netherlands is still a successful product worldwide, and we must keep this success going by developing new markets alongside the large markets that already exist. Obama recently pointed out in one of his speeches that he expects every dollar invested into US technology to make two dollars in return. This is an obvious truth in my opinion. So the US are investing in innovation, just like Germany. Why on earth is the Netherlands not doing the same? Why is there a prevailing attitude to cut costs in education and research? Are we afraid of other countries, of unexpected developments, or afraid of ourselves?

If the Netherlands really intends to be a part of the G-20, we must start to show more guts and backbone, and stop dodging bullets or redefining our priorities according to the direction in which the political wind happens to be blowing. Young entrepreneurs are the ones who have such guts and backbone, and we must give them hope and build them a platform which is strong and large. Then our Prime Minister will not have to turn up empty handed at the next G-20 summits, and we can become a strong economy with room for cosmopolitan, free thinking entrepreneurial spirit. TU Delft has already taken a step in the right direction with our Delft Design & Engineering Award. So keep your chin up!

Prof. Jacob Fokkema Rector Magnificus, TU Delft

Kop op!

Op de valreep van alle vakanties wil ik nog iets met u delen. Het valt mij op dat Nederland de afgelopen maanden steeds meer overkomt, althans op mijzelf, als een bang en berekenend land. Zo zijn we verlegen met de Dalai Lama en houden we ons in omwille van China, hebben we moeite met de rol van de banken in de kredietcrisis, schuift het kabinet veel beslissingen voor zich uit en proberen veel politici Wilders te omzeilen of te bekritiseren zonder echt van leer te trekken. Bang voor verlies van de eigen achterban. Zoals al eerder gezegd in een van mijn weblogs vind ik dat ook universiteiten weer een veel sterkere rol moeten spelen in deze perikelen. Het is dus niet zo dat ik anderen dan de universiteit de maat wil nemen.

Er is echter wel een ding dat universiteiten voortbrengen dat me doet denken aan de VOC-mentaliteit waar onze Minister President het zo graag over heeft. De jonge startende ondernemer. Ik ben, als ik deze mensen ontmoet, toch altijd weer prettig verrast als ik zoveel elan vital en hoop in een mooie toekomst zie. Aan de hand van een prachtige technische vinding al dan niet in de vorm van een patent zien deze jonge mensen het bedrijfsleven gloren. Vaak niet uit puur winstbejag maar vooral ook uit liefde voor duurzame innovatie en de wens om voorop te willen lopen. In deze mensen en hun producten zie je de werkelijke kracht van design and engineering.

Daar zouden we nu als land toch eens fors in moeten investeren, niet alleen omdat het hard nodig is voor een gezonde economie maar ook omdat we daarmee onze voorhoede ondersteunen, onze VOC-mentaliteit nieuw leven in blazen. Nederlandse koopmanskunst is nog steeds wereldwijd een goed product en dus moeten we naaste de bestaande grote markten ook nieuwe ontwikkelen om die sterrol te blijven spelen. Zoals Obama recent in een toespraak aangaf verwacht hij dat elke geïnvesteerde dollar aan ontwikkeling van techniek in Amerika er twee oplevert. Een waarheid als een koe lijkt me. Amerika investeert dus in innovatie net als Duitsland. Waarom blijft Nederland achter? Waarom heerst hier een klimaat van korten in onderwijs en onderzoek? Bang voor het buitenland, onverwachte ontwikkelingen of bang voor onszelf?

Als we echt mee willen doen in de G20 moeten we ook meer durf en lef tonen, niet wegduiken of onze prioriteiten telkens weer verleggen naar gelang de veranderende windrichtingen van de politieke wind. De jonge ondernemers hebben dat lef en die durf, we moeten hun hoop geven en een sterk en groot podium voor ze bouwen. Dan kan onze Minister President weer eens echt wat laten zien op de komende G20 en worden we weer een sterke economie waar plaats is voor kosmopolitische, vrijdenkende handelsgeesten. De TU Delft heeft alvast een begin gemaakt door de Delft Design & Engineering Award in te stellen. Kop op!

Prof.dr.ir. Jacob Fokkema
Rector Magnificus TU Delft

© 2011 TU Delft